’s Morgens ben ik weer (te) vroeg wakker. Een kwartiertje voordat ik er uit moet kruipt Heleen nog even tegen me aan. Het is anders als andere keren, weer die gereserveerdheid. Ik vraag er maar niet meer naar. Ze vraagt hoe het gaat. “ik moet veel denken” zeg ik. We zwijgen een tijdje.

Tijdens de wandeling naar het gebouw waar ik werk word ik weer overvallen door dat ongedurige gevoel. Het is geen geil verlangen naar erotiek maar meer een onverdraagbaar verlangen naar evenwicht in m’n leven. Ik loop over de brug en ik zou het uitwillen schreeuwen “Kijk mij, ik ben gay”. Maar ja wat hebben die anderen daar nou aan. Ik ben onevenwichtig vandaag en besluit m’n chef maar eens op de hoogte te brengen. ’t Is slecht gesteld met de productiviteit.